Wie zijt gij?


Gij daar.
Ja gij.

Denkt gij daar soms over na, over wie ge nu echt zijt?
Over wat ge echt wilt?
Of ge op mannen valt, of op vrouwen, of op dieren? Of misschien op niks?
Wéét gij dat? Weet gij dat écht?

Ik denk daar dikwijls over na.
Over wie ik nu echt ben, over waarom en, en hoe.
Over wat mijn persoonlijkheid definieert.
En wat dat eigenlijk is, mijn ‘persoonlijkheid’.
Een schoon woord is’t alleszins niet.

Dat klinkt misschien wel heel evident allemaal.
Misschien hoort ge dat allemaal al wel te weten als ge vijf zijt.
Maar ik vind dat serieus moeilijke vragen.

Soms knijp ik heel erg hard mijn ogen dicht en maak ik een opsomming van wat ik wel en niet leuk vind.
Misschien dat ‘t u dan wel ineens te binnen schiet, wie ge eigenlijk zijt.
Snapt ge?

Ik doe het effe voor.
Ogen dicht. Héél erg dicht. Knijpen tot ge niet meer kunt.
En denken dat ge helemaal in het topje van een vuurtoren zit.

Klaar?

Ik hou van slapen in frisse lakens, helemaal in’t wit. Ik hou waanzinnig veel van kaas, echt van elke kaas die er maar is gemaakt. Ik hou van boeken. Zowel van de geur als van ze kunnen lezen. Ze verzamelen. Ik hou ervan mijn kat te kunnen roepen met alleen mijn ogen – van Sanseveria’s -van slapende vossen – van slimmer worden, alhoewel ik niet het gevoel heb dat dat nog gebeurt. Van ouderwetse gloeilampen – van lang in bad gaan – van de soundtrack van ‘Into the Wild’, nee van de hele film eigenlijk – van die kleine cinema waar ge met uw glaasje rood binnen moogt en waar ze altijd goeie films spelen. Ik hou van lang en ver op reis gaan, maar tegelijkertijd ook weer niet want dan ga ik mij schuldig voelen omdat ergens aan de andere kant van de wereld iemand leeft die veel meer capaciteiten heeft en een veel beter mens is, en toch veel minder kansen heeft gekregen dan ik.

Ik hou niet van snotterige eieren – mensen die vragen hoe het met u is om zo toch maar over zichzelf te kunnen beginnen – van mijn eigen sociale ongemakkelijkheid – van sabayon (iedereen vindt dat hét van hét, maar ik begrijp er niks van) – van onrechtvaardigheid. Ik hou niet van bang zijn van inbrekers – van ‘s nachts niet kunnen slapen – van nadenken over de toekomst van deze wereld – van de eisen die ik mezelf soms opleg – van het getal elf – van niet weten waar ik nu eigenlijk goed in ben en waar niet – van bang zijn dat ik sterf en dat ze mij pas 2 weken later vinden – van films in zwart-wit – van de geur van narcissen. Ik word daar misselijk van.

Voila.
En als ge al die puntjes aan elkaar verbindt, dan weet ge weer een klein beetje meer van wie ge zijt.

Nu is’t aan u. Doet u ogen maar toe.