theatre

Opinie: pleidooi voor een nieuwe intimiteit in het theater

Als we binnenkort weer in één zaal mogen vertoeven, moet dat dan echt afgescheiden door die vierde wand? Kunnen we niet beter die gedeelde fysieke ruimte vieren en een theater opbouwen vanuit nabijheid en verbinding? Dit is een pleidooi voor theater in huiskamers, rond de eettafel en zelfs in een bordeel.

Sinds de aanvang van de coronacrisis en het sluiten van de cultuurhuizen weerklinkt een unanieme en langgerekte schreeuw om opnieuw theater te kunnen beleven. Want na maandenlang (wat zeg ik, bijna een jaar) bubbelen en thuiszitten hebben we niet alleen nood aan vertier, maar ook – en vooral – aan beroering. We willen geïnspireerd, geraakt en aangegrepen worden.

Laat ons weer lachen, laat ons weer huilen, laat ons weer samen zijn. En ja, laat ons weer voelen. Laat ons alstublieft weer naar het theater gaan. Meer dan ooit zijn we op zoek naar verbinding met elkaar, naar een emotionele connectie met onze medemens. En dat gegeven wordt in elke kunstdiscipline, maar vooral in het theater, nog veel belangrijker dan voorheen.

De tijd waarin toeschouwers gewoon in hun stoel zaten en vanop een afstandje keken naar wat zich op het podium afspeelde, is voorgoed voorbij. We moeten met z’n allen zorgen dat we de dominante positie van het vandaag nog gangbare, statische vierdewandstheater herbekijken. We moeten op zoek gaan naar nieuwe manieren om ons publiek maximaal te betrekken bij het stuk. Met andere woorden: een geslaagde voorstelling start bij het nadenken over en zoeken naar nieuwe manieren om te connecteren met het publiek. Naar een nieuwe vorm van intimiteit tussen speler en toeschouwer.

GEEN TOESCHOUWER, GEEN VOORSTELLING

Akkoord, die hang naar intimiteit en verbondenheid in het theater is niet nieuw. Denk bijvoorbeeld aan het Poëziebordeel, een initiatief dat het begrip ‘intimiteit’ erg letterlijk neemt. In een schemerige, broeierige omgeving lezen dichters er een-op-een en sensueel voor uit hun werk, waarbij je als toeschouwer letterlijk en figuurlijk tegen het gilet van de performers wordt getrokken. Het concept maakt in New York al jaren furore en zette ook bij ons enkele jaren geleden succesvol voet aan grond. Het poëziebordeel is een intieme totaalbeleving waarin de performers en de toeschouwers elkaar zo erg nodig hebben dat ze feilloos samensmelten tot een artistiek geheel. Geen toeschouwer, geen voorstelling.

Er zijn voorstellingen met een minder letterlijke invulling van dat begrip intimiteit, maar waar spelers en toeschouwers er toch evenzeer in slagen om een bijna onwrikbare verbinding te scheppen. Zo maakte theatergroep Het Vierde Oor enkele jaren geleden het stuk ‘Wie is er bang voor’, een eigen interpretatie en bewerking van Edward Albees ‘Who’s afraid of Virginia Woolf?’. Neem een kleine zaal, een intieme setting, herkenbare personages en een ontaarde echtelijke ruzie. Kortom: als toeschouwer word je meteen mee in het verhaal gezogen. Maar daar blijft het niet bij, want je wordt ook letterlijk aangehaald: te pas en te onpas komen spelers op je schoot zitten of trekken je mee op het theater. Je weet wel dat je een theatervoorstelling aan het bekijken bent, maar de mix van plaatsvervangende schaamte en het gevoel dat je een koppel aan het begluren bent, maakt dat je je als toeschouwer verbonden voelt met de personages. Meer zelfs: je wordt zélf een schakel in een verhaal dat onvermijdelijk onder je kleren kruipt. En dat zorgt voor een beleving die nadien nog lang blijft nazinderen.

LOCATIE ALS VERBINDENDE FACTOR

Aan dat soort voorstellingen moeten we vandaag zelfs niet denken. De tijd van letterlijk bij je toeschouwer op de schoot kruipen is voorlopig voorbij, wie weet voor altijd. Maar dat wil niet zeggen dat we geen connectie met ons publiek kunnen maken. Integendeel, het toont aan dat we het begrip intimiteit moeten heruitvinden. Zijn er nieuwe, minder fysieke manieren om toch een waardevolle intieme band tussen speler en toeschouwer te doen ontstaan? En hoe kunnen we de toeschouwer recht in het hart raken terwijl we toch op fysieke afstand blijven?

Rataplan en theatercollectief Roestgroep lanceerden eind vorig jaar ‘#OnzeBuurt’, een voorstelling in Borgerhout die aan de hand van raamtekeningen, stoepperformances en geluidsopnames de verhalen van mensen uit je eigen buurt vertelt. Als toeschouwer krijg je een unieke kijk op wat zich afspeelt achter de gevels die je zo vaak ziet en zo leer je je eigen buurt op een hele andere manier kennen. Je kijkt en luistert dus niet zomaar naar een verhaal, maar naar het verhaal waar je zelf middenin staat. Geen fictie, maar je eigen leefwereld. ‘#OnzeBuurt’ slaagde er op een bijzondere manier in om mensen, buurten, en artiesten met elkaar te verbinden.

Veel makers laten de klassieke theateropstelling met podium en zaal los. Denk aan huisvoorstellingen, stoepvoorstellingen, buitentheaters, digitaal interactief theater, etc. Maar je kan nog veel verder gaan dan alleen de fysieke opstelling van je voorstelling aanpassen.

Theatermaker Mokhallad Rasem maakte een huisvoorstelling over zijn vlucht uit Irak en asielaanvraag in België. En wel op een bijzondere manier: met zijn zelfbedachte ‘Delivery Theatre’.

Net als een pizzabezorger komt Rasem met theater op bestelling. Een uitklapbare maquette, live tekeningen, muziek en beeldjes, meer heeft hij niet nodig. Zijn verhaal en de voorstelling zijn op zichzelf al erg pakkend, maar het feit dat hij die bij zijn publiek thuis komt spelen, zorgt voor een bijzondere dynamiek tussen maker en speler. Rasem laat in zijn spel op een magistrale wijze zien dat het contrast tussen zijn verhaal en het jouwe als toeschouwer zo groot is, terwijl we als mensen zo gelijkend zijn. Dat narratief, in je eigen huiskamer – terwijl je rustig onderuitgezakt met een drankje in de zetel zit – is erg intiem, zonder dat hij je ooit fysiek aanraakt.

(LETTERLIJK) ZINNENPRIKKELEND THEATER

Geuren, smaken en aanrakingen triggeren ons als mens op een intense, bijna basale manier en brengen ons in een bijzondere staat van alertheid. Vorige zomer keek ik naar de net aangepaste (corona-proof gemaakte) voorstelling ‘Balsam’ van Laika en ik was letterlijk en figuurlijk van mijn sokken geblazen. De combinatie van pakkende poëtische live-muziek, een visueel schouwspel van ‘showcooking’ en de opdracht om als toeschouwer allerlei onbekende poeders, amuses, drankjes en vreemdsoortige gerechten naar binnen te werken, was voor mij ongezien. Zinnenprikkelend. Een donkere plek, hier en daar een wolkje toeschouwers, fysiek veel afstand, maar emotioneel een grote verbondenheid. Er heerste een spirituele, bijna sacrale sfeer, alsof wij verkoren waren om deze unieke gebeurtenis te mogen meemaken. Gedurende de hele voorstelling leek het alsof de tijd stil stond en er niemand anders op de wereld was, behalve het spelende gezelschap en wij als toeschouwers. Dat is pas intimiteit.

Ik heb nog dagenlang aan de voorstelling gedacht, omdat ze zo’n diepe indruk op me had nagelaten. Het idee dat je als toeschouwer zomaar, op blind vertrouwen, in je mond steekt wat je wordt aangereikt, vergt veel vertrouwen in het gezelschap waar je naar kijkt. En dat vertrouwen kwam vanzelf, want je had ook het idee dat de spelers je écht een stuk van zichzelf lieten zien. Geven en nemen, op een ietwat excentrieke manier, maar wel in een perfecte verhouding tot elkaar.

Intimiteit tussen spelers (ook onderling) en publiek zou een onderdeel van het artistiek credo van elk gezelschap moeten zijn. En een parameter om het succes van je voorstelling aan te meten. Zijn we erin geslaagd om een authentieke verbinding te maken met het publiek? Want alleen op die manier kan je ervoor zorgen dat je publiek de voorstelling weer uitwandelt met een nasmaak die nog dagenlang blijft nazinderen.

___
geschreven in opdracht voor Opendoek Magazine, nr. 1 2021

Je vindt misschien ook leuk...

Populaire berichten