Ja, ik geef toe.

Ons pleegzoontje is volgende week jarig. Alweer. Echt crazy, hoe snel de tijd vooruit gaat. Hij wordt acht. Dat wil zeggen dat hij bijna drie jaar bij ons is. Drie bewogen, maar prachtige jaren. Zeker, met hoogtes en met laagtes. Met minstens evenveel kapotgevallen knieën als slapeloze nachten. Met dagen van ontzettend veel plezier, en ook dagen van radeloosheid. Drie keer naar dezelfde film kijken omdat dat net zijn favoriet is of een halve dag doelloos gaan rondrijden, gewoon omdat hij graag tankt. Hij controleert of ik niet teveel shampoo gebruik, want dat is slecht voor het milieu, en hij brengt me in het weekend koffie op bed omdat hij mijn oogjes anders te klein vindt. Hij is echt fantastisch.

 

Ik besef goed genoeg dat ik in cliché’s verval, maar een kind verandert echt je leven. Ook al is het eigenlijk je eigen kind niet. En dat is net het grappige. Veel mensen zeggen ons dat ze knap vinden, wat we voor hem doen. Dat we er toch maar voor hem zijn. Dat hij zoveel geluk heeft met ons. Maar eerlijk toegegeven, eigenlijk is het andersom.
Want ook al heeft hij zelf nog een mama, is hij niet elke dag bij ons en is hij niet zomaar ‘het doorsnee kind’, voor ons is hij echt onmisbaar. Hij is de spil van ons gezin. Graag zien doe je voor jezelf, niet voor een ander. Ik ben er zeker van dat wij minstens even hard van zijn aanwezigheid genieten als hij. Wij zien hem graag om wie hij is en om welk gevoel hij ons geeft, niet omdat we er iets goeds mee doen.

 

Want inderdaad, het is zeker niet altijd makkelijk. Je wordt heen en weer geslingerd tussen zijn hilarische uitspraken en tussen de uitzichtloosheid van zijn situatie. Vaak zet ik hem met tranen in de ogen terug af bij de leefgroep. Ik zou hem soms zo graag tegen me aandrukken en hem zeggen dat alles goed komt. Maar je mag geen beloftes maken die je niet kan nakomen, heb ik altijd geleerd. Ik kan hem niet garanderen dat alles goed komt, ik kan hem niet helemaal klaarstomen voor alles dat nog komt. Ik weet dat hij het nog ontzettend moeilijk zal krijgen, veel moeilijker dan ik het ooit heb gehad. Daar kan ik hem allemaal niet van behoeden.

Maar hem graag zien, dat kan ik wel. En dat doe ik – toegegeven, heel egoïstisch – keihard voor mezelf.