Interview met Saskia de Coster

‘Nachtouders’, de nieuwste roman van Saskia de Coster, gaat over een lesbisch koppel dat met hun éénjarig zoontje naar Canada reist. Ze komen terecht op het hippie-eiland waar de donor van hun zoontje opgroeide en moeten op zoek naar een manier om zich als individu en als gezin staande te houden in deze bijzondere omgeving. 

‘Nachtouders’ is een reisverslag, een optekening van nachtelijke gesprekken tussen het koppel en een poging van het hoofdpersonage om de knopen in haar geest te ontwarren. Aan de hand van mooie, realistische beelden schetst het boek hoe hobbelig en angstaanjagend de weg van het ouderschap is.

Je hebt je hoofdpersonage naar jezelf vernoemd. Is de Saskia uit het boek een realistische bewerking van de echte Saskia?

“Ja. Een boek is en blijft natuurlijk een literaire bewerking, maar het is wel echt gebaseerd op mijn leven en het vertelt mijn verhaal. Er wordt in de literatuur vaak gezegd dat je afstand moet nemen van je eigen leven en dat je andere personages moet bedenken, maar die wand wilde ik net doorbreken. Ik wou aan de hand van de personages duidelijk naar voren brengen dat het mijn verhaal was. Het gaat over mezelf en de knopen in mijn geest, daarom heb ik mijn hoofdpersonage ook naar mezelf vernoemd. 

De andere personages kon ik natuurlijk zelf niet zomaar claimen, dat zijn eerder mijn interpretaties van de werkelijkheid. Daarom heb ik hen wel andere namen gegeven, het zou niet eerlijk geweest zijn om hen er zomaar in mee te slepen. Aan de andere kant zit je wel met een moeilijke grens. Mijn ouders komen bijvoorbeeld ook voor in het verhaal. En dat is ook een bewuste keuze geweest, omdat ik het belangrijk vind dat er eerlijkheid schuilt in mijn verhaal. 

Ik vind dat het onderwerp vraagt om die eerlijkheid. Ik kon niet zomaar een mooi en lieflijk verhaaltje schrijven over hoe een kind in de wereld komt, omdat ik het hele traject zelf helemaal niet zo heb ervaren. Ik was een en al twijfels en angst. En omdat lesbische koppels niet ongewenst zwanger kunnen geraken lijkt het misschien of ze altijd bewust en zeker zijn als ze aan kinderen beginnen, maar in mijn geval was dat niet zo. Ik vond het allemaal niet makkelijk en ik wil met dit boek duidelijk en eerlijk vertellen hoe mijn ervaring was.”

Is dat ook de boodschap die je met dit boek de wereld in wil insturen?

“Zeker. Ik wilde het hebben over die onzekerheid als nieuwe ouder en waar die vandaan komt. In de schriftfragmenten die tussen het verhaal lopen, beschrijf ik welk beeld van het ouderschap ik zélf heb meegekregen en welke vragen ik me stel. Ouder zijn, welke invulling geef je daaraan? En hoe? 

Ik kom zelf uit een traditioneel en regelvast gezin waarin er niets in vraag gesteld werd. Maar ik voelde van kindsbeen af dat er iets niet klopte voor mij, ik voelde dat ik dat zelf niet kon. Het was alsof ik klem zat in een te nauwe mal die aan alle kanten wrong. Het voelde allemaal ongemakkelijk en onecht. Naarmate ik ouder werd en begon te beseffen wat er aan de hand was met mijn seksualiteit, liep het fout. Volgens mijn ouders was het enige echte en correcte beeld van een gezin dat met een vader en een moeder. Dat beeld zit diepgeworteld. Een niet-biologische band is volgens hen ook niet echt. Toen ik zelf een kind kreeg, moest ik me plots op een bepaalde manier gaan leren verhouden tot dat beeld dat ik had meegekregen. Dat was niet makkelijk.”

Een witte vrouw met lang bruin haar en een blauw shirt kijkt in de camera

© SARAH VAN LOOY

Belang van fysiek contact

Je bekritiseert de denkwijze van je ouders openlijk in het boek. Is die kritiek er pas gekomen nadat je zelf een kind kreeg?

“Ik denk dat mijn focus is verschoven door mama te worden. Ook door dit boek te schrijven, trouwens. Ik probeer de dingen nu veel meer achter mij te laten. Dat lukt natuurlijk niet helemaal, want je komt ook zelf voort uit je ouders. Je bakermat gooi je nooit zomaar helemaal weg. Maar als kind geloofde ik bijvoorbeeld niet dat mijn ouders mijn echte biologische ouders waren. Ik voelde me zo anders. Ik denk dat dat komt omdat er weinig of geen fysiek contact was bij ons thuis. En dat klopte niet voor mij. Ik denk dat ik mijn zoontje al een miljoen keer meer heb vastgepakt. Dat fysieke is net belangrijk in een relatie, in elk soort relatie. Ook voor het kind. Ik heb dat altijd als gemis ervaren. Nu kan ik zeggen dat ik dat allemaal heb geklasseerd, maar er zijn natuurlijk wel dingen die blijven terugkomen. Zeker als je zelf een kind krijgt. 

Ik geloof dat iedereen minstens een beetje biseksueel is

Je ziet vandaag bijvoorbeeld veel situaties waarin de ouders totaal geen punt meer maken van seksualiteit van hun kinderen. Of die nu met een man of een vrouw thuiskomen, dat maakt niet meer uit. Bij ons was dat anders. Er was een andere tijdsgeest, akkoord, maar ik zie dat ook als een individuele keuze die mijn ouders gemaakt hebben. Om zich ertegen af te zetten. Ze hebben altijd gezegd tegen mij en mijn zus, die ook lesbisch is, dat homoseksualiteit niet bestaat. Dat dat onze eigen keuze was en dat we gewoon speciaal wilden zijn om moeilijk te doen. Tja, als mensen zeggen dat ze er niet in geloven, dan sta je daar natuurlijk.

Omgekeerd geloof ik dan eigenlijk weer niet helemaal in heteroseksualiteit. Ik geloof dat iedereen minstens een beetje biseksueel is. Daar is meer reden toe dan omgekeerd. Zeker bij vrouwen zie je dat duidelijk. Hoe dan ook, seksualiteit moet je niet benoemen.”

Hebben je ouders je eigen aanvaardingsproces bemoeilijkt?

”Zeker. Ik leefde in een omgeving waarin dat soort dingen volledig onbespreekbaar was.
Ik wist eigenlijk als vierjarige al dat ik op vrouwen viel en ik vond dat toen helemaal geen probleem. Pas toen ik een jaar of tien was kreeg ik het idee dat dat blijkbaar niet normaal was en niet mocht. Ik kon er dus met niemand over praten, daar was helemaal geen plaats voor.
Ergens denk ik dat mijn moeder wel aanvoelde hoe de vork in de steel zat, want ze heeft me wel een paar keer verwijtend de vraag naar het hoofd geslingerd of ik toch niet lesbisch was. Op zo’n moment kruip je natuurlijk helemaal in je schulp en zeg je nee. Ja, mijn omgeving heeft m’n eigen aanvaarding zeker in de weg gestaan.”

Mantel der liefde

Wil je dat meer bespreekbaar maken door erover te schrijven in je boek?

“Absoluut. Wij geven in het Westen veel commentaar op situaties als in Tsjetsjenië of in Aleppo, waar homo’s gefolterd of vermoord worden. Dat zijn natuurlijk verschrikkelijke situaties die overduidelijk fout zijn, maar er is nog zoveel meer. Neem bijvoorbeeld het eiland uit mijn boek, waar alles mag en alles kan. Ik heb de indruk dat er bij ons veel schijntolerantie bestaat. Wij zijn in het Westen heel erg bezig met dingen als inclusiviteit en tolerantie, maar die discriminatie is helemaal niet weg. Ze bestaat nog altijd en ze heeft niets te maken met klasse of stand. Eerder met onwetendheid. We proberen zogezegd alles te bedekken met de mantel der liefde, maar dat werkt niet. We zijn niet allemaal hetzelfde en we hoeven niet te doen alsof. Ik ben niet de biologische moeder van mijn zoontje en dat is prima. Ik zie mijn moeder niet in hem en dat moet ook niet. Ik heb dan ook niet de nood om mijn genen door te geven. Ik ervaar dat helemaal niet als een gemis.”

Ik heb de indruk dat er bij ons veel schijntolerantie bestaat. Wij zijn in het Westen heel erg bezig met dingen als inclusiviteit en tolerantie, maar die discriminatie is helemaal niet wegbestaat

Is er een verschil tussen biologisch en niet-biologisch ouderschap?

“Er zijn zeker verschillen. Factoren als hormonen en borstvoeding, daar kan je niet buiten. Maar verder denk ik dat het ook veel te maken heeft met je eigen onzekerheid. Want biologische ouders weten het ook niet altijd en moeten het ook maar gewoon zien uit te vogelen. Ik denk dat een band, biologisch of niet-biologisch, vooral moet kunnen groeien. Je bouwt iets op samen met je kind. Ik zag dat tussen mij en mijn zoontje echt als een soort actieve afspraak. Ik had het gevoel dat ik het zelf moest gaan waarmaken, dat onze band van mij afhangt. Als biologische ouder is je kind een stuk van jezelf en van je verleden en als niet-biologische ouder heb ik dat niet met mijn zoontje. Maar misschien geeft dat wel een vrijer gevoel. Ik moest het zelf allemaal gaan doen. En tegelijkertijd verander je zelf ook. Het is als in The Argonauts van Maggie Nelson: je vertrekt met een schip en je komt wel aan, maar onderweg worden alle stukken verwisseld. Je legt samen een traject af, en dat is net mooi.”

Hoe heeft een kind krijgen jou veranderd?

“Een kind heeft mij eerlijk gezegd eerst goed onderuit gehaald. Ik dacht in het begin: vanaf nu is vroeger voorbij, daar moet je nu zover mogelijk weg van gaan. Ik zat met die angst om mijn vrijheid te verliezen. Terwijl ik nu weet dat mijn vrijheid net bij mijn zoontje ligt. Bij een koppel is dat ook zo, de dingen versmelten en op den duur weet je niet meer goed of je het nu voor jezelf of voor de ander doet. Dat is heel mooi. En ook qua focus heeft een kind krijgen me veranderd. Ik kan mijn gedachten veel meer bundelen. Vroeger had ik een soort zee van gedachten en nu heb ik verschillende meertjes waar ik zelf aanleg als ik tijd heb. 

De liefde van een ouder voor een kind is een vorm van liefde waar je veel in kwijt kunt. Het is een eenvoudige, heldere en positieve vorm van liefde.”

Ik vond kinderen maken als lesbisch koppel zowat het meest onromantische dat je kan doen. Al dat klinische gedoe

Hoe verandert een kind krijgen je relatie?

“Kinderen zijn moeilijk voor je relatie. Ik vond dat de relatie met mijn lief goed zat, bijna symbiotisch. En dat was voor mij eigenlijk voldoende. Op een gegeven moment kwam daar dan een kinderwens tussen. Ik vond dat ingrijpend, maar durfde dat alleen niet goed uitspreken. In het begin toen wij elkaar leerden kennen heb ik tegen mijn haar gezegd: ‘Ik ga altijd willen schrijven, daar zal alles voor moeten wijken.’ En zij zei: ‘Prima. En ik ga op een gegeven moment een kind willen.’ Ik dacht toen dat dat wel weg zou ebben, maar zoiets vergeet iemand natuurlijk niet. Ik had daar eerlijker over moeten communiceren, ik had moeten zeggen dat ik zoveel schrik had. In plaats daarvan ben ik gaan vluchten en ben ik een affaire begonnen. Dat is dubbel. Uit schrik om het te verprutsen, ga ik het zelf verprutsen. Complete zelfsabotage, maar ik stond er niet bij stil. 

Bovendien vond ik kinderen maken als lesbisch koppel zowat het meest onromantische dat je kan doen. Al dat klinische gedoe, zo doelgericht. Er zit totaal geen gevoel in. Zo was er bijvoorbeeld een psychologisch onderzoek vooraleer je aan het traject mag beginnen. Daar had ik veel stress voor, ik dacht dat ik door de mand zou vallen en het volledig zou verknoeien. En tegelijkertijd begrijp ik dat, zo’n onderzoek. Ik vind alleen dat ze het voor hetero’s die kinderen willen ook zouden moeten verplichten!” (lacht)

Twee vrouwen zijn met elkaar aan het praten in een koffiebar

© SARAH VAN LOOY

Ouderschap is constant bijsturen

Wat zal je zoontje zeggen als hij het boek ooit leest?

“Ik hoop dat hij zal zeggen: ‘Amai, daar wist ik allemaal niets van, zo zelfzeker als ze nu is!’ (lacht) Een van de lelijkste dingen die er zijn, is regelvast zijn zonder te kunnen uitleggen waarom. Twijfelen en vragen stellen is misschien moeilijk, maar tegelijkertijd ook goed. Misschien zelfs nodig. Er zit een eerlijkheid in. Ergens is het allemaal logisch. 

Je mag het ouderschap ook niet onderschatten. Er komt opeens een echt wezen bij, dat in het begin maar vraagt en vraagt en vraagt en jij moet als ouder geven, geven, geven. Een kind is geen Tamagotchi die je zomaar eventjes in leven moet houden. Dus ik vind het logisch dat nieuwe ouders onzeker zijn. Iedereen wil een goede ouder zijn. En door te proberen en te proberen, kom je er wel. Ouderschap is iets van constant bijsturen. Je moet natuurlijk consequent en regelmatig kunnen zijn, maar in starre principes blijven vastzitten gaat gewoon niet meer. En dat gaat steeds beter.”

Die ‘m’ of die ‘v’ staat helemaal niets te doen op je paspoort, het dient helemaal nergens voor. Ze zouden evengoed je lievelingskleur erop kunnen zetten

Wou je met dit boek specifiek over niet-traditioneel ouderschap spreken?

“Ja, dat vond ik belangrijk. De traditionele rolverdeling binnen gezinnen is aan het verschuiven, de dingen zijn niet meer zoals dertig jaar geleden. Ik denk dat dat biologische aspect meer en meer gaat vervagen en dat er in de toekomst andere gezinsvormen zullen ontstaan. Denk maar aan kinderen krijgen met vrienden of leven in communes. Die verschuiving is net interessant. Ik zie dat positief in, want het vraagt om veel actiever ouderschap. Als je zelf bewust een verbintenis aangaat, wil je die doen slagen en ga je proberen om voor elkaar te zorgen in plaats van je te beroepen op het vanzelfsprekende. 

Daarom denk ik dat de toekomst aan de gays is, want wij zijn daar allemaal nog veel harder mee bezig. Wij zijn meer mee met die veranderingen. Wij zijn veel meer naar voren aan het komen, expliciet aan het zoeken en onze plaats aan het opeisen. En dat is goed. De dingen worden anders, het is nu eigenlijk al anders. Denk bijvoorbeeld aan gender. Of je je nu man of vrouw of wat dan ook voelt, dat maakt toch niet uit? Het is allemaal zo idioot. Die ‘m’ of die ‘v’ staat helemaal niets te doen op je paspoort, het dient helemaal nergens voor. Ze zouden evengoed je lievelingskleur erop kunnen zetten. Al dat compartimenteren is niet productief. En die veranderingen zijn boeiend en vooral hoopgevend. Er is veel tegenbeweging, maar dat is altijd met verandering. Binnenkort zal dat geen rol meer spelen. En de toekomst is aan de gays!” (lacht)
 

Comments are closed.