Interview met Fleur Pierets

IK WILDE HET BESTE BOEK SCHRIJVEN DAT IK KON SCHRIJVEN

Kunstenaar en activiste Fleur Pierets bracht onlangs haar debuutroman ‘Julian’ uit, waarin ze haar leven met haar geliefde Julian beschrijft. Fleur en Julian zouden trouwen in alle 22 landen waarin twee vrouwen dat met elkaar mogen. Na het vierde huwelijk sloeg het noodlot toe en kreeg Julian een agressieve kanker. Amper zes weken later stierf ze.

Fleur was niet alleen haar geliefde en haar noorden kwijt, maar ook haar huis, haar job en alles wat ze kende. In de anderhalf jaar die op de tragische gebeurtenis volgden, moest Fleur zichzelf, haar omgeving en haar leven op een compleet nieuwe manier vorm proberen te geven. In ‘Julian’ beschrijft ze die zoektocht en het rauwe, allesoverheersende verdriet. Terwijl het weer buiten als een razende tekeer gaat, vertelt Fleur ons over hoe leven een wankel evenwicht is, hoe moeilijk het is om verder te gaan en over hoe ze moet zoeken naar haar nieuwe ‘ik’.

Je hebt het boek geschreven over je vrouw verliezen terwijl je nog in je rouwperiode zat. Hoe heb je dat kunnen verwezenlijken?
Fleur Pierets: “Ik zit er nu nog steeds in mijn rouwperiode. Wanneer mensen me dan zeggen dat ik moedig ben en dat ik het keigoed gedaan heb, kijk ik altijd even als een stripfiguur over mijn schouder om te zien of ze het niet tegen iemand anders hebben die achter me staat. 
Maar ok, blijkbaar ben ik dit in overlevingsmodus. 

“Ik was bang dat ik die herinneringen zelf zou gaan inkleuren en dat ze niet meer zuiver zouden zijn.”

Ik ben eigenlijk gewoon beginnen schrijven om te overleven. Dingen waarvan ik wist dat ik ze niet mocht vergeten, herinneringen aan haar. Ik was bang dat ik die herinneringen zelf zou gaan inkleuren en dat ze niet meer zuiver zouden zijn. 

Ik had  een plastic zak met serviettes en bierkaartjes waar er vanalles op stond geschreven, en ik ben met dat materiaal puzzeltjes beginnen leggen. Bijna letterlijk gaan knippen en plakken. Eigenlijk heb ik gewoon gedaan wat ik al mijn hele leven doe: collages maken. Dat is mijn manier om een overzicht te krijgen van de dingen. Ze te ordenen, een beetje zoals bij kubisme. Een onderwerp langs zes verschillende zijden bekijken en daar dan een beeld van maken.”

Foto: een vrouw met rood haar en zwarte kledij staat tegen een houten muur

© DAVID DEGELIN

Is dat een manier voor jou om de dingen een plaats te geven?
”Ik dacht van wel, maar dat blijkt niet zo te zijn. Zeker niet met de proefdrukken van het boek. Die heb ik honderd keren herlezen om te kijken of alle komma’s juist stonden. Ik wilde het beste boek schrijven dat ik kon schrijven. 

Ik kon niet anders. Maar na een tijd maken je hersenen geen onderscheid meer tussen dingen die nu gebeuren en dingen uit het verleden. Dat is confronterend. Ik heb op die manier anderhalf jaar lang elke keer opnieuw terug in die ziekenkamer gezeten, elke keer opnieuw terug in dat mortuarium. Op den duur heb ik tegen de uitgeverij gezegd: “Je moet dat boek uit mijn handen nemen, want ik ga zot worden.” 

“Ik denk dat ik op een of andere manier haar karakter heb overgenomen.”

Aan de andere kant kon ik niet anders dan die proefdrukken honderden keren lezen, omdat ik normaal gezien iemand ben die een beetje de kantjes ervan af kan lopen. Ik ben altijd een tikje nonchalant geweest, het was vroeger soms rap goed genoeg voor mij. Julian was dan degene die het project uit mijn handen nam als ik het al weer beu was en ondertussen al aan een ander project wou beginnen, en zij was dan degene die eraan schaafde en zorgde dat het goed werd. 

Nu dacht ik: ik krijg een platform om een boek te schrijven, dit is voor haar. Nu moet ik mijn best doen. Ik denk dat ik op een of andere manier haar karakter heb overgenomen en ik ben zelf gaan schaven tot het goed was. Ik wilde dat zij hier blij mee zou zijn. Maar eerlijk: helend is dat niet. Absoluut niet. Eerder confronterend.”

Een nieuwe ‘ik’

Heb je nu het gevoel dat je voor twee moet leven?
”Daar heb ik lang over nagedacht, maar ik denk het niet. Ik denk dat ik alles gewoon moet doen en moet proberen zo goed mogelijk te doen. Ik hoef niet voor twee te leven, want ze is er gewoon niet meer. Soms zeggen mensen dat ze hier nog ergens is. Dat is een mooie gedachte, maar het is niet zo. Ik moet alleen gaan slapen, ik word alleen wakker. Nee, ze is hier niet meer. Mensen proberen zichzelf gewoon gerust te stellen door zo’n dingen te zeggen. 

Mocht ik mezelf kunnen wijsmaken dat ze hier nog was, graag. Ik heb het geprobeerd, maar ik kan het gewoon niet. Volgens Freud heeft 60% van alle mensen rouwhallucinaties. Die zien en horen hun partner nog altijd. Blijkbaar proberen je hersenen je op die manier te beschermen tegen pijn. Jammer genoeg doen mijn hersenen dat niet. Mocht ik die hallucinaties krijgen, zou ik er alles aan doen om ze te houden. 

“Anne Provoost vertelde me hoe ongelooflijk het is hoe je op de kunde van iemand anders vertrouwt wanneer je met iemand samen bent.”

Ik merk nu pas hoe praktisch en analytisch ik eigenlijk ben. Meestal stuiter ik van het ene naar het andere en ben ik ‘wolkig’. Nu zij er niet meer is, blijkt dat ik eigenlijk feitelijk en analytisch ben. Ofwel ben ik zo geworden, ofwel was ik al en komt het er nu pas uit. Dat weet ik niet precies. 

Onlangs had ik een gesprek met schrijfster Anne Provoost. Zij vertelde me hoe ongelooflijk het is hoe je op de kunde van iemand anders vertrouwt wanneer je met iemand samen bent. Ik begreep meteen wat zij bedoelde. Julian had bijvoorbeeld een ingebouwde gps. Zeven jaar lang heb ik daarop vertrouwd omdat ik iemand ben die op een vierkante meter nog verloren loopt. Maar toen ik onlangs in New York was en iemand me de weg vroeg, kon ik perfect antwoorden. Ik verschoot van mezelf. Misschien komt het nu pas naar boven, in de nieuwe ‘ik’ die in de maak is.”

Foto: een vrouw met rood haar zit voorovergebogen aan een tafel

© DAVID DEGELIN

Dat is ook de ‘ik’ die je in het boek aan het woord laat. 
“Inderdaad. In het boek laat ik de nieuwe ik aan het woord. Ik ben nieuwsgierig of ik die leuk ga vinden. De ik van vroeger vond ik leuk. Maar ik ben in transformatie. Niet dat ik vroeger niet was wie ik ben, ik heb me nooit anders voorgedaan dan ik was. Ik geloof dat mensen altijd in een constante transformatie zijn. In beweging. Dat hoop ik tenminste, dat mensen anders worden en vooruit gaan. 

Ik geloof dat iedereen die je tegenkomt een soort afdruk op je achterlaat. Je neemt altijd dingen mee en je laat zelf ook dingen achter. Dat is die transformatie. Zo werkt de mens nu eenmaal. 

Na zeven jaar is zelfs je hele bloed veranderd. Dus ben je fysiek om de zeven jaar eigenlijk een compleet andere mens. Misschien is het een natuurlijke staat waarin wij ons bevinden. In transformatie zijn, dat is iets waar je je bewust van moet zijn. Je beweegt de hele tijd gewoon mee, zoals water.”

35 exemplaren gekocht

Probeer jij zelf ook een afdruk na te laten op andere mensen?
”Ik wil vooral informeren over LGBT+-rechten, ik wil dat mensen daarover horen. Veel mensen weten veel dingen niet. Maar wat ik niet verwacht had, is dat veel mensen mij mailtjes sturen en vertellen dat ik hun troost ben. Dat ze zoveel uit mijn interviews en uit het boek halen. Laatst was er iemand die schreef dat ze het boek al voor de derde keer aan het herlezen was omdat ze er zo sterk van werd. Dat had ik nooit kunnen inschatten. Blijkbaar heb ik een emotie beschreven die mensen niet onder woorden kunnen brengen.

Werken is trouwens nog altijd iets waar ik gelukkig van word, ik voel in alle interviews en lezingen die ik geef dat dat activisme helemaal terug is. Daar ben ik blij om, want even vreesde ik dat ook dat weg zou zijn. Als dat mij nog blij maakt, dan is dat wat ik moet doen.”

Foto: Close-up van een vrouw met rood haar en zwarte kledij

© DAVID DEGELIN

Hoe is het om dat plots alleen te moeten doen?
“Dat is verschrikkelijk moeilijk. Ik kan niets meer aftoetsen. Wij werkten vroeger 24 op 7 samen, dat wil zeggen dat je constant aan het overleggen bent met elkaar. Gelukkig heb ik veel vrienden die me proberen te helpen, maar dat is natuurlijk toch niet helemaal hetzelfde. 

Zo had ik bijvoorbeeld moeite met het kiezen van de auteursfoto voor op de achterflap van mijn boek. Ik wist niet welke foto ik moest kiezen, ik had er een heleboel. Ik kon door het bos de bomen niet zien, dus heb ik aan vier vrienden gevraagd me te helpen. Uiteraard kozen ze alle vier een andere foto. (lacht

“Mijn boek heb ik volledig op intuïtie geschreven.”

Ik denk dat ik vanaf nu misschien gewoon voor mijn intuïtie moet gaan. Het eerste waarvan dat ik dénk dat ik het moet doen, doe ik vanaf nu gewoon. Een paar dagen geleden luisterde ik nog eens naar de plaat van Mel Ross, een Antwerpse vrouwelijke rapper, en opeens zag ik bij een van de nummers een kortfilm voor mij. Ik dacht meteen dat dat fantastisch zou zijn. Nu, vijf dagen later, zit ik nog altijd vol energie en wil ik dat nog steeds graag doen. Dat is misschien wel mijn intuïtie. Misschien moet ik daar dan naar luisteren.

Mijn boek heb ik volledig op intuïtie geschreven. Dat was interessant, want tijdens het schrijven door kwam ik plots op verhalen van andere kunstenaars. Ik moest nergens naar op zoek gaan, de verhalen dienden zich gewoon aan. Ik heb alles wat in mij opkwam gewoon ‘uit de lucht genomen’ en ben ermee aan de slag gegaan. Het was gewoon wat er op mijn pad kwam.”

Gigantisch blootgegeven

Hoe voelt het voor jou nu het boek af is?
”Dubbel. Vooral omdat ik eigenlijk heel privé en verlegen ben. Mijn vrienden vallen van de ene verbazing in de andere wanneer ze mijn boek lezen. Ik ben niet echt iemand die over emoties praat. Zelfs niet met mijn moeder. Als er met mij iets is, zal ik drie weken later vertellen dat ik  in het ziekenhuis heb gelegen. Mijn vrienden zijn dan in shock omdat ze er niet konden zijn voor mij, maar ik ben daar gewoon niet goed in. 

Bij dit boek was het anders. Ik had het gevoel dat ik ofwel het achterste van mijn tong moest laten zien, ofwel het boek niet moest schrijven. Maar dat maakt dat de mensen die het boek lezen me kennen. Dat is raar. Ik heb mezelf gigantisch blootgegeven. 

“Elke keer als ik over Julians dood vertel, word ik opnieuw met mijn neus op de feiten gedrukt.”

In Nederland was er zelfs een recensente die schreef dat het bijna pervers was. Dat vond ik op zich een mooi compliment, want ze hebben dat van I.M. Connie Palmen en van Tonio Van Afth Vanderheijden indertijd ook gezegd. Dan ben ik in goed gezelschap (lacht).

Elke keer dat ik over Julian ga praten, moet ik er serieus van recupereren. Het wordt er niet makkelijker op. Surrealistischer. Op den duur vraag ik me af of dit allemaal echt gebeurd is. Ja, vertel ik mezelf dan, het is waargebeurd. En elke keer als ik erover vertel, word ik opnieuw met mijn neus op de feiten gedrukt. Dat is zwaar. Ik krijg geen ademruimte, geen rustpunt. 

Ik heb thuis een gigantische to do-lijst liggen, maar er zijn momenten dat ik daardoor soms om 9 uur opsta, en dat ik om 10 uur Netflix opzet en tot middernacht mindless zit te kijken, gewoon om even ergens anders te kunnen zijn. Natuurlijk voel ik mij dan achteraf schuldig. Zeker nu ik er de kantjes niet meer van af loop, kan ik het mij niet permitteren te laat aan de dingen te beginnen.” (lacht)

Foto: een vrouw met rood haar en zwarte kledij staat tegen een houten muur

© DAVID DEGELIN

Het eerste lesbische rouwboek

Mis je iemand waarmee je je kan identificeren?
“Ontzettend. In het begin heb ik veel zelfhulpboeken gelezen, vooral omdat dat het enige was dat ik aankon. Daar kon ik me niet mee identificeren, want meestal ging dat over mensen die kinderen hadden of vijftig jaar waren samen geweest met hun partner. Ik heb nergens een lesbisch koppel gevonden. Daarna ben ik overgegaan naar Connie Palmen, Joan Didion en Roland Barthes. En daarna naar de psychologie en de filosofie. Ik heb troost gevonden omdat ik duidelijk zag dat ik niet de enige ben die dit doormaakte. Dat is belangrijk om te voelen op een moment dat je zo eenzaam bent. Dat andere mensen dit ook hebben meegemaakt en dat die nog altijd rechtop staan. 

“Elke ochtend opnieuw word ik wakker met een fractie van een seconde het idee dat het allemaal oké is.”

Iemand schreef onlangs dat ik het eerste lesbische rouwboek geschreven. Ik heb geen idee of dat zo is, maar misschien kan ik die persoon voor andere mensen zijn. Dat hoop ik écht want ik weet hoe intens ik ernaar gezocht heb. Elke flinter moed die ik kan doorgeven, is er een. Ik weet hoe belangrijk het is om er een te hebben. Zo heeft er een vrouw me gecontacteerd die 23 jaar geleden haar partner verloren was, en door het lezen van mijn boek is ze terug beginnen daten. Ik kreeg er kippenvel van. Ik ben enorm mee aan het supporteren, ik hoop dat het goed komt. 

Ik ben nog altijd aan het overleven. Ik weet nog altijd niet wat ik moet doen en ik stel me nog altijd de vraag of ik hier eigenlijk wil zijn, want het is allemaal niet leuk zonder haar. Elke ochtend opnieuw word ik wakker met een fractie van een seconde het idee dat het allemaal oké is, tot het weer inzinkt dat het niet zo is. Elke ochtend opnieuw. Soms wens ik dat ik niet meer moest slapen, zodat ik dat niet meer opnieuw moest meemaken.”

Daarover schrijf je ook eerlijk in je boek, dat je hier eigenlijk niet meer wil zijn.
“Inderdaad. Voor mij was het een noodzaak om mezelf een limiet van twee jaar te geven waarin ik het toch moest proberen. Anders zou ik er denk ik in een opwelling zijn uitgestapt. En als ik zoiets zou doen, moet ik er op een bewuste manier voor kiezen. Ik vind het nog een geruststellende gedachte, dat als het niet gaat, ik er gewoon kan uitstappen. Dat is in zekere zin voor iedereen zo, natuurlijk. En dat is oké. Ik vind het alleen zonde als mensen dat in een bevlieging doen. Dan denk ik: als je nu toch met iemand had kunnen praten. 

Ik heb trouwens lang getwijfeld of ik dat effectief in het boek zou zetten. Maar zoals ik zei, het achterste van mijn tong. Ook dat, dus. Ik wil zeker geen lans breken voor zelfmoord, maar ik hou het heel persoonlijk. Het gaat over mij en ik neem geen standpunt in. Ik vind alleen dat ikzelf, als het niet gaat, dat mag doen. Ik zeg niet dat je dat moet doen. Daar hebben andere mensen niets op te zeggen. Zolang je het niet hebt meegemaakt, kan je er geen oordeel over vellen. Mensen zijn al veroordelend genoeg.”

Foto: een vrouw met rood haar zit aan een tafel aan het denken

© DAVID DEGELIN

Zou Julian blij geweest zijn met het boek?
“Ik denk dat ze het een geweldig boek zou vinden. Het is het soort boek dat zij graag las. Misschien heb ik onbewust het boek geschreven dat zij had willen lezen. Zij was iemand die een boek aan het lezen was, tegelijkertijd 35 tabbladen op haar computer open had staan, en dan lagen er nog drie andere boeken open, omdat ze alles wat ze las wilde gaan opzoeken. Dat is exact wat ik heb gedaan. Er zijn mensen die zeggen dat ze het boek nu voor een tweede keer aan het lezen zijn en dat ze alle namen die erin staan aan het opschrijven zijn.”

Niets meer te verliezen

Naast schrijver ben je ook doorwinterd activiste. Heb je het gevoel dat je dat moet doen?
“Zeker, dat is wie ik ben. Zeker nu Julian is gestorven. Ik was sowieso iemand die buiten de lijntjes kleurde, maar nu is er een onbevreesdheid bijgekomen. Ik heb niets meer te verliezen. Misschien moet ik dat gebruiken om dingen te gaan aankaarten. Andere mensen hebben zoveel te verliezen, en ik niet. Ik kan dus alles doen. Ik kan elk leven uitvinden dat ik wil of kan leven. De enige parameter is dat het zonder haar is. Dat gegeven is zo vreselijk, dat al de rest daarbij in het niets valt. Niets is zo erg als wat ik heb meegemaakt. Dat is vreemd, maar tegelijkertijd is dat ook een kracht. Wanneer de liefde van je leven op een gruwelijke, mensonterende manier sterft, dan kijk je naar het leven en denk je: bring it on

“Het lijkt erop dat ik toch weer plannen heb gemaakt voor de toekomst.”

Ik ben best kwaad op het leven. Daar moet ik mee proberen iets creatief te doen. Ik moet dat omzetten naar creativiteit. Kwaadheid slaat nergens op. Ik heb de liefde zo actief gedragen, misschien moet ik alles wat daar nu uit voort komt ook proberen actief te dragen in plaats van kwaad te zijn.”

Wat zit er voor jou nog allemaal in de pijplijn?
“Het lijkt erop dat ik toch weer plannen heb gemaakt voor de toekomst. (lacht) Er komt een kinderboek in twee delen aan in Amerika. Dat gaat over ons trouwproject Project 22. In november komt het eerste deel uit en in mei 2020 het tweede deel. Daarna wordt het in Nederland en België gelanceerd. Ik ga meedoen aan Saint-Amour. Ik ben een aantal fotoseries aan het maken. Ik ben over een documentaire over LGBT+-rechten aan het praten met  regisseur Daniel Lambo (die de film ‘Ademloos’ regisseerde, red.). Ik ga ook een boek maken met Sven Ratzke. Hij wil een sprookjesachtig verhaal maken over transformatie en gender, daar heb ik ontzettend veel zin in.”

Je vindt misschien ook leuk...

Populaire berichten