De ellende van het schrijven II

Oké. Een boek schrijven gaat niet vanzelf. Ik wist wel dat er meer aan was dan gewoon achter je computer gaan zitten en beginnen typen tot het helemaal klaar is. Maar dat het elke keer weer zo’n strijd is, had ik nooit kunnen denken. Want buiten het feit dat er heel wat letters moeten geproduceerd worden, en dat die ook nog eens in de juiste volgorde gezet moeten worden (met op de juiste plaatsen spaties en witregels), blijkt nu opeens dat schrijven ook nog eens een heel psychologisch traject voor de schrijver zelf is.

Mindfulness

Van waar komt plots dat gekke idee om een boek te willen schrijven? Enfin, plots. Ik maak mezelf vaak wijs dat ik dat altijd al heb willen doen. Dat ik van kindsbeen af verhalen in het rond strooide. Dat is waar, maar verhalen rondstrooien blijkt allesbehalve hetzelfde te zijn als een boek schrijven.

Vanaf het moment dat je besluit het een kans te geven, kom je onherroepelijk terecht in een rollercoaster van ‘Waarom wil ik dit?’, ‘Wie ben ik?’, ‘Waarom ben ik niet goed genoeg?’, en vooral: ‘Hoe leer ik om wél goed genoeg te zijn?’.  Ja, een boek schrijven lijkt verdacht veel op Mindfulness les 1: Tevreden leren zijn met jezelf.

Alleen haalt een schrijver-in-spé het einde van die eerste les niet. Althans, ik haal het niet. En dat terwijl mijn eerste boek toch al in de rekken ligt. Terwijl ik blijf typen, deleten en herwerken, raakt mijn hoofd steeds meer gevuld met vragen over schrijven, waardoor er geen plaats meer is voor vragen over mijn personages en mijn plot.

Zucht.

Conclusie?

Ik bak niets van Mindfulness.
En er is niet zoiets als plots de klik maken en vanaf dat moment alleen nog goede verhalen schrijven.
Dat schrappen eigenlijk niet slecht is. Want hoe meer je schrapt, des te meer kans je hebt dat wat overblijft écht goed is. Hoe meer overtollige boter je van je toast schraapt, hoe lekkerder hij uiteindelijk is.

Blijven gaan is de boodschap.