Tijd is een fictief begrip

Niemand kan zich een leven zonder tijd voorstellen.
Je weet welk jaar het is, welke maand, welke dag van de week.
In je slaapkamer staat een wekker, in je woonkamer klinkt het tikken van de klok.
Op je computer, tegen de muur, op het dashboard van je auto.
Iedereen wordt letterlijk 24/7 met de tijd geconfronteerd.

 

De trein vertrekt om 17.56u.
De metro is er binnen 1 minuut.
Er zijn vaste pauzes op school en op het werk.
Joggen moet binnen een bepaalde tijd.
Je kan niet te laat te komen op afspraken.
Deadlines mogen niet gemist worden.

 

Ons hele leven draait om tijd. En altijd zullen we een nijpend tekort voelen. Want we krijgen niet alleen ons leven lang te maken met tijd, we ervaren vooral het concept tijdgebrek.
Altijd weer is er die spanning, die angst voor te weinig, tekort.
Tijd overheerst ons leven en houdt ons in een ijzeren bankschroef.

 

Want er is altijd te weinig tijd.

 

Terwijl het niet meer is dan fictief begrip.
Een kunstmatig concept, een uitvinding van de mens.

 

Vogels leven niet volgens schema’s. Varkens dragen geen horloges. En orka’s vieren geen verjaardagen.
Je gaat niet dood als je eens een uur later aan je avondmaal begint.

 

Waarom zijn we in godsnaam dan allemaal ons hele leven lang gehaast? Gestresseerd en gespannen?
En kunnen we nog terug naar een leven zonder seconden, minuten, uren?
Naar hoe het ooit was?
Kunnen we nog functioneren in een wereld die leeft volgens het opkomen en ondergaan van de zon?

 

Zouden we daar dan niet allemaal beter van worden?