Die angstaanjagende zwarte hond

Ik heb nooit begrepen waarom ze het zo noemen.
Een zwarte hond.
Dat klinkt zo onbenullig.
Denken ze dat het minder erg zal klinken als je er een dier aan vast knoopt?
Dat het zo makkelijker te overwinnen is?
Waarom een hond en geen slang?
Waarom zwart en niet vermiljoenrood?
Ik heb de vergelijking opnieuw en opnieuw geprobeerd te maken.
Maar het beeld klopt maar niet met hoe het voelt.

 

Eerst en vooral wil een hond vooral eten, gezelschap en liefde. Beweging.
Ik moest niets voeden, had niets lief te hebben. En werd ook niet lief gehad.
Akkoord, ik droeg het ding dat ze de zwarte hond noemen wel altijd en overal met me mee.
Maar echt gezelschap kan je dat amper noemen.
Een dier was het evenmin. Ik voelde geen leven, vriendschap of vertrouwensband.

 

Er was geen hartslag, geen gehijg, geen kwispelende staart.
Het was vooral allesoverheersende leegte. Donkere mist. Kou.
Amper slapen, constant slikken, altijd verdoven.
Een verlammende angst voor dat gapende gat in onze wereldbol.

 

Misschien kies je die hond als maatje terwijl je er middenin zit
en kan je pas echt zien wat het was als het weer voorbij is. Of toch bijna.
Denk maar aan de donkere toverwereld die JK Rowling schiep.
Aan die rake kus van de angstaanjagende dementor.
Donker, mistig, ijskoud, leeg en eindeloos.