Gesprek met Bo van Spilbeek en Katrien Eerdekens over stemtherapie

VTM-Reporter Bo Van Spilbeeck was de afgelopen weken wereldnieuws met haar outing als transvrouw. Momenteel is ze even van het scherm verdwenen en is ze volop in transitie. Die transitie houdt niet alleen een geslachtsoperatie in, ook aan haar stem wordt serieus gesleuteld. Daarvoor is Bo in behandeling bij Katrien, die naast Bo’s logopediste ook steun en toeverlaat is. En dat is belangrijk, vinden zowel Bo als Katrien. ZiZo sprak hen over hoe bijzonder die band is, en op welke manier die het proces van de transitie beïnvloed.

Hoe hebben jullie elkaar ontmoet? Bo, hoe ben jij bij Katrien terecht gekomen als logopediste?

K: Oh, dat is een mooi verhaal.
B: Op tinder hé. (lacht)
K: Ja, op de tinder voor transgenders (lacht). Nee, dat was op t-day, een hele leuke dag voor transgenders die over allerlei dingen info willen, van ontharing tot logopedie, en die ook wel meer gewoon echt in de community willen zijn. En ik gaf daar een workshop.

B: En ik kende jou al van op YouTube, dus toen ik jouw naam zag staan bij de stemtraining, dacht ik: ok, dat is iets dat ik zeker moet doen. Ik had mij ingeschreven voor 3 workshops, en deze was de laatste. Dat was echt fijn, en het klikte tussen ons.

K: ik begin een workshop altijd met mensen een stukje tekst te latent voorlezen. En iedereen moet zijn of haar ogen sluiten. Iedereen lees normaal een zinnetje voor en het is de bedoeling dat je de stemmen ook echt goed laat binnenkomen. Ik had mijn ogen dicht, en op een gegeven moment hoorde ik een stem waarvan ik dacht: “amai, dat is echt een supermooie radiostem.” Ik heb toen mijn ogen even open gedaan, en ik zag een mooie dame zitten ergens achter in de zaal, en zij kwam achteraf nog even naar me toe. Ze vertelde dat er Bo was en dat het bij haar allemaal een beetje complex was omdat ze reporter is. Toen dacht ik meteen: ah, vandaar die mooie stem. Voila, zo hebben we elkaar leren kennen.

B: Het is een beetje zoals met alles in mijn hele transitie: ik heb bijna altijd gekozen in functie van mijn gevoel, mijn buikgevoel. En alle mensen met wie ik tot nu toe in contact geweest ben en met wie ik verder ga, zijn allemaal mensen met wie het klikt.

Ook in de loop van het proces is die band natuurlijk echt belangrijk.

K: Die therapeut-cliënt-relatie is sowieso heel belangrijk bij alle stemcliënten, want je mag stem niet als een los instrument zien. Die is gelinkt aan je hele lichaam. Aan je mindset, aan hoe je je voelt, dus ook aan hoe je je kleedt. Het is trouwens vanzelfsprekend dat als je geboren bent in het verkeerde lichaam, je je stem nog meer gaat zien als een tweede identiteit. Ik zie mezelf daarom als een echte coach die niet alleen die stemtransitie meedoet, maar die ook aanwezig is in het hele transitieproces.
B: Wat Katrien mij duidelijk gemaakt heeft, is dat het een geheel is. Non-verbale communicatie speelt even hard mee als verbale. Je bewegingen, je handen, je ogen en blik, je hoofd, het zijn allemaal kleine dingen. Dat is het verschil tussen een geslaagde transitie of niet. Het is echt een tweede gezicht. Nu krijg ik aan de telefoon nog vaak ‘meneer’ te horen, omdat ik nog niet vrouwelijk genoeg klink. Binnen dit en een paar maanden is het de bedoeling dat ik ook echt vrouwelijk klink.

K: Ja, voor Bo ligt de lat echt hoog, natuurlijk. En ik verwacht sowieso dat mijn cliënten drie keer per week een stemopname doorsturen. Je ziet, ik verwacht veel, ik moet dan ook echt een coach zijn. En het werkt.

B: wat vond je van mijn reportage van de F16 op tv?

K: Ik kreeg zelfs van mijn papa een berichtje van ‘Ik hoor precies verandering aan de stem van Bo.’ En inderdaad, ik heb gehoord dat je dat al heel goed doet.

Zijn er ook frustraties in het proces? Dat het niet snel genoeg gaat?

K: Zeker. Ik voel mij als logopedist vaak als iemand die heel veel gevoelens mee krijgt. Ik vraag of het gelukt is de voorbije week en soms is dat niet het geval, omdat er op een ander vlak in de transitie iets niet goed liep of moeilijk ging. Dan doen we daar rustig een babbel over. Er worden heel veel dingen uit persoonlijke levens met mij gedeeld. Dat is belangrijk. Op dat vlak is onze therapeut-cliënt-relatie veel intenser dan bijvoorbeeld de relatie van een patiënt met zijn dermatoloog. Vergelijk het met de chirurg die de geslachtsoperatie uitvoert: bij mij komen patiënten elke week, hem zien ze één keer tijdens een consult, en dan aan de operatietafel. En daarna stopt het. Ik ben er het hele proces. Ik maak alles mee. Ik maak ook die operatie mee. Ik ga bijvoorbeeld ook soms bij de mensen aan huis, als ze net geopereerd zijn, zodat zij hun therapie toch kunnen krijgen.

B: Ja, we hebben echt een vertrouwensrelatie. Katrien is voor mij echt een vertrouwenspersoon, een luisterend oor, een klankbord. Zoveel meer dan alleen de logopedist.
K: Daarbij is stem ook meer dan alleen oefeningen doen. Bo heeft mij bijvoorbeeld mee gevraagd naar de juwelier, om gaatjes te laten schieten in haar oren. Wij zijn eigenlijk zo goed als vriendinnen.

Als je zo emotioneel betrokken bent bij je patiënten, kan je dat dan makkelijk van je afzetten? Of neem je dat mee naar huis?

K: In het begin nam ik dat zeker mee naar huis, maar ik heb welgeleerd om daarmee om te gaan. It is part of my job. Iedereen heeft zijn eigen leven, je kan niet alles meenemen. Ik heb geleerd om de deur dicht te doen als het moet. Bovendien heb ik een heel nauwe samenwerking met de psychologe waarmee ik zowel in mijn privépraktijk als hier werk. Wij bespreken alle zaken van alle cliënten in ons interdisciplinair overleg, en ik verwijs vaak mensen door als ik voel dat dat nodig is. Soms gaat het te ver, en dan moet je wel doorverwijzen.

Bo, was het voor jou een drempel om je te durven openstellen voor Katrien?

B: Nee, omdat het tussen ons meteen klikte. Na die eerste workshop op T-day wist ik meteen: dit wordt mijn logopediste. En wij zijn redelijk snel tot heel persoonlijke gesprekken gekomen. Katrien is even oud als mijn dochter, en heeft zelfs gemeenschappelijke vrienden met mijn kinderen. Dat maakt het allemaal nog makkelijker.

Is er iets in jullie verhouding veranderd voor en na de coming-out?

B: Nee, ik denk het niet. Misschien is onze band nog iets hechter of dieper geworden?
K: Ja, omdat jij nu niet meer geremd bent. Als jij voor je coming-out over straat liep in je vrouwenkleren, schaamde je je altijd een beetje. Of was je bang dat iemand je zou herkennen.
Maar dat dubbelleven hoeft nu niet meer. Er is iets van je afgevallen, je bent eindelijk de vrouw die je altijd hebt willen zijn.

B: Ja, en T-day was echt erg bijzonder voor mij. Ik was wel al in behandeling, maar voor het eerst kwam ik daar in contact gekomen met lotgenoten. Een onbeschrijfelijk gevoel, dat doet echt iets met je.

De pers heeft gewacht met communiceren over jouw transitie tot jouw gezin er klaar voor was. Bo, wat doet dat met jou?

B: Dat is echt fantastisch. Want mensen wisten het wel al heel lang, maar toch heeft iedereen gewacht tot ook iedereen in mijn nabije omgeving het wist. Ik ben ook mijn werkgever daar ontzettend dankbaar voor. Het is allemaal als gedroomd verlopen. Er was een moment gekomen waarop ik voor mezelf moest kiezen, ik kon echt niet anders meer. Het was een levensbedreigende situatie geworden. Maar ik had nooit kunnen denken dat mijn omgeving zo enorm ruimdenkend zou reageren. Op het moment dat ik mijn keuze maakte, wist ik nog niet wat ze er op mijn werk van zouden zeggen. En ook verder nooit kunnen denken dat het zo positief zou kunnen ontvangen worden. Ik had heel wat bagger verwacht in de media, maar dat is allemaal uitgebleven. Ik heb zelf maar twee negatieve reacties gekregen, dat is alles.

K: Dat is het mooie aan dit verhaal, dat het allemaal zo simpel kan zijn. Het is een heel moeilijk proces, maar jij maakt het allemaal heel simpel. Hoe VTM en de pers het heeft aangepakt, is fantastisch. Iedereen vindt het oké. Bo is nog altijd Bo. En ja, haar stem zal veranderen, maar de woorden die eruit komen, blijven natuurlijk dezelfde. De inhoud blijft uiteraard hetzelfde.

Dat levensbedreigende aan de situatie, ik zie dat in mijn praktijk ook heel vaak. Ik begrijp dat ook. Het gaat om je persoon, om je identiteit. Ik ben vorig jaar twee transgender patiënten verloren, dus ik voel zelf ook dat ik meer moet zijn dan alleen logopediste. Ik moet vertrouwenspersoon kunnen zijn. Zodat ik ook kan laten zien dat het simpeler kan zijn, dat het kàn. En dat het goed komt.

Als de operaties eraan komen, wordt de therapie dan stopgezet?

K: Ja, na de gezichtsoperatie wel, want dan kan je even niet goed bewegen. Bo zal er even uitzien als een ballon. Ze gaat niet goed kunnen bewegen. Maar ik wil wel zo snel mogelijk terug aan de slag kunnen. Normaal geef ik één week respijt, en proberen we er daarna weer in te vliegen.

B: Ga ik er echt als een opgeblazen ballon uitzien?
K: Ja hoor, bereid je maar voor! Ik zal nog even een selfie met je komen nemen voor je onder het mes gaat vrijdag!

En hoe zal de stemtherapie daarna verder verlopen? Hebben jullie ergens een eindpunt vastgesteld?

K: Ik stel nooit een eindpunt vast, ik vind dat moeilijk om vooraf te voorspellen wanneer iemand rond zal zijn. Het zal belangrijk zijn voor Bo dat ze passeert op televisie vooraleer we de behandeling afronden. Ze zal zelf tevreden moeten zijn vooraleer ze met onze therapie zal kunnen stoppen.

B: Ik ga volgende week naar het UZA, naar de professor logopedie en de neus,-keel- en oorarts. Zij moeten me eigenlijk goedkeuring geven voor mijn traject. En vanaf dan heb ik recht op 80 sessies van 30 minuten, in het eerstkomende jaar. Dat is dus bijna wekelijks.
En dat kan nog verlengd worden, naargelang de noodzaak.

K: Je kan ook altijd blijven finetunen aan een stem. Een stem is nooit af. En bij Bo ligt de lat natuurlijk een beetje hoger, als reporter op televisie moet je stem echt perfect zijn. Vanaf het moment dat ze terug echt aan het werk is, zal ze haar teksten ook echt al moeten inlezen met een hoge stem. Ik verwacht dat ze dat vrij snel begint te doen. Vanaf dan gaan we er echt hard tegenaan.

B: Gewoon al het feit dat ik even thuis zal zijn geeft me extra ruimte om te oefenen. Goh, maar anderzijds heb ik nog zoveel te doen! Mijn twee kleerkasten opruimen, bijvoorbeeld. Mijn mannenkleerkast sowieso, maar ook de helft van mijn vrouwenkleerkast wil ik eruit.

K: Dat zie ik in mijn praktijk ook heel vaak, dat mensen in het begin van hun transitie heel andere kleren dragen dan daarna. Veel meer korte rokjes enzo, bijvoorbeeld.

B: Ik heb er bijvoorbeeld echt heel specifiek voor gekozen op mijn persmoment om in broek te komen. Ze hadden me gezegd een rokje of een kleedje aan te doen, maar dat wilde ik niet. Ik wilde geen madammeke zijn, maar een moderne, klassevolle en zakelijke vrouw. Ik denk nog steeds dat dat een goede keuze was. Ik vond het zelf alvast heel geslaagd.

Bij transmannen verlaagt de stem dankzij de hormonen, maar bij transvrouwen is het proces moeilijker en langer. Maar als ik het goed begrijp, is er een diepere band en beleven jullie de transitie meer samen.

B: Onze band gaat inderdaad wel verder dan gewoon. Is dat inherent aan de job? Misschien voor een deel wel, maar ik vind wel dat wij voor elkaar nog niet zo lang te kennen, toch al heel close zijn.

K: Dit is wel bijzonder, hoor. Als ik met iedereen doe zoals ik met jou doe, dan heb ik geen tijd meer over! Dan gaat mijn lief niet tevreden zijn! Als de therapie is afgerond, kunnen we wel echt vriendinnen zijn. Dan kunnen we samen gaan shoppen. Nu zou dat misschien wat raar zijn, maar dan helemaal niet meer. Nu moet ik me nog even in mijn rol kunnen houden en af en toe streng zijn.

Je behandelt heel wat transvrouwen, maar je hebt ook wel transmannen in behandeling?

K: Ja. De reden dat hun stem lager wordt, is omdat hun stembanden dankzij de hormonen dikker worden. Soms is het in het begon moeilijk hun nieuwe stem goed te kunnen controleren. Die gaat dan soms de laagte in en slaat dan weer over in de hoogte, dus daar moeten we dan even samen op oefenen. Dat duurt niet lang hoor, meestal hebben we maar 5 à 10 sessies nodig voor ze klaar zijn. Soms moet ik zelfs alleen de uitleg geven.

Ik heb zelfs iemand die non-binary is, maar die wel een vrouwenstem wil. Die is geboren als man, wil als vrouw klinken, maar wil er niet zo typisch als vrouw uitzien. In het begin vraag ik altijd hoe de mensen aangesproken willen worden en wat hun concrete vraag is. Dat was in dit geval wel bijzonder!

Dit interview werd geschreven in samenwerking met hoofdredacteur Stijn Depoorter en verscheen eveneens in ZiZo Magazine, editie 142, maart 2018